De originele conclusies van alle negen meta analyses

 

  • Kleijnen et al 1991; “Momenteel is het bewijs van de clinical trials positief, maar niet voldoende om definitieve conclusies te trekken omdat de meeste onderzoeken van lage methodologische kwaliteit zijn en vanwege de onbekende rol die de publicatie-bias speelt. Dit wijst erop dat het legitiem is verder onderzoek te doen naar homeopathie echter alleen met goed uitgevoerd onderzoek” [19].
  • Linde et al 1997. “De resultaten van onze meta-analyse komen niet overeen met de hypothese dat de klinische effecten van homeopathie volledig het gevolg zijn van een placebo-werking. Echter we vonden onvoldoende bewijs vanuit de studies dat homeopathie duidelijk werkzaam is bij enige klinische aandoening. Verder onderzoek naar homeopathie is gerechtvaardigd als het strikt en systematisch is”[20].
  • Linde et al 1999. “ We concluderen dat in de verzameling onderzochte studies er een duidelijk bewijs is, dat studies van betere methodologische kwaliteit neigden naar minder positief resultaat”[21].
  • Cucherat et al 2000. “Er is enig bewijs dat homeopathische behandelingen meer effectief zijn dan een placebo, echter het bewijs is mager vanwege de lage methodologische kwaliteit van de studies. Studies van hoge methodologische kwaliteit bleken eerder negatief dan studies van lage kwaliteit. Verdere studies van hoge kwaliteit zijn nodig om deze resultaten te bevestigen”[22].
  • Shang et al 2005. “Bias is aanwezig in de placebo gecontroleerde trials van zowel homeopathische als reguliere medicijnen. Als met de bias bij de analyse rekening wordt gehouden was er een gering bewijs voor een specifieke werking van homeopathische geneesmiddelen, maar een sterk bewijs voor specifieke effecten van reguliere interventies. Deze bevinding komt overeen met het inzicht dat de klinische effecten van homeopathie placebo werkingen zijn”[23].
    Voor stevige kritiek op dit onderzoek, zie Mathie 2014 (link naar hieronder **) en Rutten [33 en34].

  • Mathie et al 2014. “Geneesmiddelen voorgeschreven gebruikmakend van geïndividualiseerde homeopathie kunnen kleine, specifieke behandeleffecten hebben. Bevindingen komen overeen met subgroepgegevens uit eerdere algehele systematische reviews. De lage of onduidelijke overall kwaliteit van het bewijs zet aan tot voorzichtigheid bij het interpreteren van de bevindingen. Nieuw RCT-onderzoek van hoge kwaliteit is nodig om een meer beslissende interpretatie mogelijk te maken”[24].

  • Mathie et al 2017. “Er is enig bewijs dat homeopathische behandelingen effectiever zijn dan placebo; de sterkte van dit bewijs is echter laag vanwege de lage methodologische kwaliteit van de onderzoeken. Studies van hoge methodologische kwaliteit waren vaker negatief dan de studies van lagere kwaliteit. Verdere studies van hoge kwaliteit zijn nodig om deze resultaten te bevestigen..” [25]
  • Mathie et al 2018 Meta-analyse van Niet placebo gecontroleerde onderzoeken (OPC)
    “Vanwege de lage kwaliteit, het kleine aantal en de heterogeniteit van de studies, sluiten de huidige gegevens een beslissende conclusie over de vergelijkende effectiviteit van IHT uit. De generaliseerbaarheid van de bevindingen wordt beperkt door de variabele externe validiteit die in het algemeen werd vastgesteld; de meest pragmatische studiehouding werd geassocieerd met RCT’s van adjunctieve IHT. Toekomstige OTP-gecontroleerde onderzoeken in homeopathie moeten zoveel mogelijk gericht zijn op het bevorderen van zowel interne validiteit als externe validiteit.” [26]
  • Mathie et al 2019: Meta-analyse van Niet placebo gecontroleerde onderzoeken (OTP) bij Niet geindividualisserde homeopathische behandeling (NIHT)
    “De huidige gegevens sluiten een beslissende conclusie over de vergelijkende effectiviteit van NIHT uit. De generaliseerbaarheid van de bevindingen wordt beperkt door de beperkte externe validiteit die in het algemeen is vastgesteld. De hoogste intrinsieke kwaliteit werd waargenomen in de gelijkwaardigheids- en niet-inferioriteitsonderzoeken naar NIHT.”

[19] Kleijnen J, Knipschild P, ter Riet G. Clinical trials of homeopathy. BMJ, 1991; 302: 960 | PubMed
[20] Linde K, et al. Are the clinical effects of homeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trials. Lancet, 1997; 350: 834–843 | PubMed
[21] Linde K, et al. Impact of study quality on outcome in placebo-controlled trials of homeopathy. Clin Epidemiol, 1999; 52: 631–636 | PubMed
[22] Cucherat M, Haugh M C, Gooch M, Boissel J P. Evidence of clinical efficacy of homeopathy. A meta-analysis of clinical trials. HMRAG. Homeopathic Medicines Research Advisory Group. J Clin Pharmacol, 2000; 56: 27–33 | PubMed
[23] Shang A, Huwiler-Muntener K, Nartey L, et al. Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy. Lancet, 2005; 366: 726–32 | PubMed
[24] Mathie RT et al. Randomised placebo-controlled trials of individualised homeopathic treatment: systematic review and meta-analysis. Systematic Reviews, 2014; 3: 142 | Full text
[25] Mathie e.a.2017  Evidence of clinical efficacy of homeopathy. A meta-analysis of clinical trials. HMRAG. Homeopathic Medicines Research Advisory Group – PubMed (nih.gov)
[26] Mathie e.a 2018 Systematic Review and Meta-Analysis of Randomised, Other-than-Placebo Controlled, Trials of Individualised Homeopathic Treatment – PubMed (nih.gov)
[27] Mathie e.a. 2019  Systematic Review and Meta-Analysis of Randomised, Other-than-Placebo Controlled, Trials of Non-Individualised Homeopathic Treatment – PubMed (nih.gov)

Share This