Lange tijd werd medische wetenschap beschouwd als iets voor wetenschappers, niet voor ‘gewone’ dokters. Dit beeld begint te kantelen en hierin lijkt de homeopathie een voorloper te worden.
Medische wetenschap werd tot voor kort geïdentificeerd met ‘dubbelblind onderzoek’ (Randomised Controlled Trial, RCT). Dat is duur experimenteel onderzoek waarin een geneesmiddel vergeleken wordt met een nepmiddel (placebo), inderdaad terrein voor speciaal opgeleide onderzoekers. Het begrip ‘bewezen’ staat daarmee voor ‘een statistisch significant verschil met placebo’, maar dat is geen garantie voor genezing bij iedere patiënt.
Het is goed mogelijk dat een ‘bewezen’ geneesmiddel maar bij de helft van de patiënten aanslaat en helaas kunnen we niet voorspellen bij welke patiënten. De toepassing van kennis uit RCT’s in de praktijk valt dan ook tegen.
Voorspellen welk geneesmiddel bij welke patiënt aanslaat is het terrein van Prognostic Factor Research (PFR). Juist dit soort wetenscha is koren op de molen van de homeopathische arts. Op grond van zijn/haar opleiding en ervaring heeft de homeopathische arts enorm veel kennis van persoonskenmerken en symptomen die aanwijzen welk geneesmiddel bij welke individuele patiënt past. Onder Stap 6 werd beschreven hoe deze kennis verzameld wordt in een internationale database waar op den duur honderden homeopathische artsen hun beste cases kunnen indienen.
‘Gewone’ artsen worden hierdoor cruciaal in de medische wetenschap. Zij beoordelen welke cases geschikt zijn voor deze database omdat erg waarschijnlijk is dat de genezing door een bepaald homeopathisch geneesmiddel veroorzaakt werd. Zij beoordelen ook wanneer een bepaald symptoom relevant is. Zij gebruiken hiervoor hun ervaring en klinische inschatting, maar deze vaardigheden kunnen door een aanvullende opleiding verder ontwikkeld worden.
Meer hierover in een artikel van Lex Rutten: https://www.thieme-connect.com/products/ejournals/abstract/10.1055/s-0045-1802339