FAQ’s  (Homeopathic Research Institute)

Een goedkope en effectieve medische behandelmethode? Suikerpilletjes waar niets in zit en verspilling van geld?
Bekijk het bewijs en vorm uw eigen mening.

Homeopathie is controversieel

Publieke personen, van politici tot cabaretiers, doen vaak sterk negatieve uitspraken over de homeopathie, maar wie zich werkelijk verdiept in de feiten wat betreft wetenschappelijk onderzoek over homeopathie ziet dat er meer is dan sceptici zeggen.

Hier hebben we de meest herhaalde uitspraken over homeopathie op een rijtje gezet. Bekijk zelf hoe waar deze uitspraken zijn volgens het huidige wetenschappelijk bewijs.

Bewering 1: “Er is geen wetenschappelijk bewijs dat homeopathie werkt “

Dit is waarschijnlijk de meest geciteerde uitspraak over homeopathie, die in het geheel niet klopt.

Homeopathisch onderzoek is een relatief nieuw onderzoeksterrein, dus is het waar als men zegt dat er geen groot aantal studies beschikbaar zijn, maar enig bewijs is anders dan geen bewijs.

Aan het eind van 2014 waren er 189 RCT’s over 100 verschillende homeopathisch behandelde aandoeningen gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften[1]. Hiervan waren 104 studies placebo gecontroleerd. Deze zijn nader bekeken in een meta-analyse:

  • 41% was positief (43 onderzoeken)  – uitkomst: homeopathische behandeling had positief effect, dat wil zeggen dat deze behandeling significant betere resultaten had dan behandeling met een placebo;
  • 5% was negatief (5 onderzoeken) – uitkomst: homeopathie werkte niet beter dan placebo.
  • 54% gaf geen uitsluitsel (56 onderzoeken) – er kon geen conclusie getrokken worden.

Hoe is dat in vergelijking met het bewijs voor reguliere geneeskunde?

Een analyse van 1016 systematische reviews van RCT’s binnen de reguliere geneeskunde had opvallend gelijke uitkomsten:[2]

  • 44% was positief –  de behandelingen werkten waarschijnlijk gunstig
  • 7% was negatief – de behandelingen werkten waarschijnlijk niet gunstig
  • 49% gaf geen uitsluitsel  – het bewijs steunde noch een gunstig effect noch een nadelig effect.

Hoewel de bovengenoemde percentages vrijwel gelijk zijn voor homeopathie en reguliere geneeskunde, is het belangrijk te onderkennen dat er een groot verschil is in de hoeveelheid uitgevoerd onderzoek; figuur A laat 188 afzonderlijke onderzoeken zien voor homeopathie, terwijl figuur B 1016 reviews laat zien voor reguliere geneeskunde, die elk multipele trials analyseren.

Dit onderstreept de behoefte aan meer onderzoek in de homeopathie, vooral het op grote schaal herhalen van onderzoek van hoge kwaliteit van de meest veelbelovende positieve studies.
(Zie volgende “Er is geen enkel goed klinische wetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat homeopathie werkt”)

Het verschil in hoeveelheid is niet verrassend als men bedenkt welk klein aantal fondsen beschikbaar is voor onderzoek naar “complementaire en alternatieve geneeskunde”, CAM. Bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk wordt slechts 0,0085% van het totale budget voor medisch onderzoek uitgegeven aan CAM onderzoek, waarvan dan de homeopathie slechts een onderdeel vormt.[3]

referenties bewering 1

Bewering 2: “Er is geen enkel goed klinische wetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat homeopathie werkt”

Veel mensen geloven dat alle Randomised Controlled Trials (RCT’s) van hoge kwaliteit, die de homeopathie onderzochten, negatief zijn geweest. Dit is niet waar.

Hieronder staan voorbeelden van positief onderzoek van hoge kwaliteit, zowel RCT’s als systematische reviews / meta-analyses, die verschillende soorten homeopathische behandelingen onderzochten:

  • Geïndividualiseerde homeopathische behandeling (link) voor diarree bij kinderen. Een meta-analyse van drie placebo-gecontroleerde gerandomiseerde trials van Jacobs et al. 2003, liet zien dat homeopathische behandeling de duur van de diarree deed afnemen (p=0.0008) [1]
  • Geïndividualiseerde homeopathische behandeling voor oorontstekingen (otitis media) bij kinderen.[2][3]
  • Het homeopathische geneesmiddel Galphimia glauca voor hooikoorts (allergische rhinitis) [4].
  • Het isopathische (link) geneesmiddel “Pollen” 30C voor hooikoorts[5].
  • Het homeopathische geneesmiddel Oscillococcinum voor de behandeling van griep. Deze studie toonde aan dat Oscillococcinum effectief bij de behandeling van griep, maar niet hielp als middel ter preventie.[6]
  • Het homeopathische complexmiddel Vertigoheel voor duizeligheid.[7]

Meer onderzoek is nodig om deze uitkomsten van deze veelbelovende studies te bevestigen, vooral door onderzoek op grote schaal en uitgevoerd door andere onderzoeksteams.

Om meer te weten te komen over veel belovende onderzoeksterreinen van klinische research, zie:“Homeopathy on trial -The need for targeted research” van Tournier & Roberts, 2013.

De kwestie  “cherry picking”

Onder “cherry picking” verstaat men de gewoonte alleen de positieve onderzoeken van een bepaalde behandeling te publiceren en aan te halen, terwijl men de daarmee negatieve onderzoeken weg laat.  Dit kan een verkeerd beeld van het bewijs geven en daarom is er een recente ontwikkeling de onderzoeksinstituten en de geneesmiddelfabrikanten te dwingen al hun onderzoeksresultaten -zowel positieve, als negatieve – openbaar te maken, zodat de balans betreft het bewijs in zijn geheel bekeken kan worden.

Als er sterk positieve resultaten aan critici voorgelegd worden dan beweren ze vaak dat het om “cherry picking” gaat, omdat er nog andere, negatieve onderzoeken zijn over homeopathie. Echter, deze negatieve onderzoeken zijn alleen relevant als ze dezelfde homeopathische behandeling voor dezelfde aandoening betreffen.

In het geval van de bovenstaande studies zijn er, bij ons weten, geen andere herhaalde onderzoeken met een negatief resultaat, dus is het bewijs onweerlegbaar. In de gepubliceerde onderzoeken naar homeopathische behandelingen is het percentage negatieve / onbesliste uitkomsten vergelijkbaar met dat van onderzoeken naar reguliere behandelingen. Zie ook bewering 1:

De noodzaak bestaande studies te herhalen

Daar het onderzoek van homeopathie een relatief nieuw onderzoeksterrein is en er slechts weinig fondsen zijn voor nieuwe onderzoeken, zijn er ook weinig studies van hoge kwaliteit uitgevoerd, laat staan herhaald – hetgeen we graag anders zouden zien.

Zodra er meer studies beschikbaar zijn, die dezelfde homeopathische behandelingen verder zouden onderzoeken, zal de bewijsvoering duidelijker worden doordat eerdere uitkomsten zullen worden bevestigd of door de nieuwe uitkomsten worden weerlegd.

referenties bewering 2

 

 

 

Bewering 3: “Wetenschappers zeggen dat homeopathie niet kan werken, zelfs onmogelijk is”

Niet alle wetenschappers denken dat homeopathie onmogelijk is. Professor Luc Montagnier, die de Nobelprijs in 2008 won voor zijn rol bij het ontdekken van het HIV virus, zegt dat homeopaten terecht hoge verdunningen gebruiken.

Toen bij een interview voor Science magazine werd gevraagd: “Denkt u dat homeopathie iets is…”? antwoordde hij “… Wat ik er nu over kan zeggen is dat de hoge verdunningen goed zijn. Hoge verdunningen van een stof zijn niet niets. Het gaat om waterstructuren die op de originele moleculen lijken.[1]

Meer

Meer: Profesor Luc Montagnier is een Franse viroloog. Zijn huidige onderzoek is geheel gericht op de elektromagnetische eigenschappen van biologische substanties (o.a. DNA en bacteriën) in hoge verdunningen geproduceerd volgens dezelfde farmaceutische procedure als homeopathische geneesmiddelen d.w.z. verdunning in stappen, afgewisseld met schudden (agitatie). In het interview in 2011 besprak hij zijn werk en zijn reden om op de leeftijd van 78 naar China te verhuizen, dat was namelijk de “angstcultuur” die rond dit onderwerp in Europa heerst.

Wetenschap is een veld dat voortdurend in ontwikkeling is en wat het wetenschappelijk establishment op een bepaalde tijd beweert dat “onmogelijk” is, kan op een later moment een bewezen “feit” blijken te zijn.

Om maar een beroemd voorbeeld van een medische u-bocht uit 1982 te noemen, toen dr. Barry Marshall en dr. Robin Warren voor het eerst hun theorie naar voren brachten dat een bacteriële infectie de onderliggende oorzaak was van maagzweren, werd hun idee belachelijk gemaakt.[2] Wetenschappers beweerden dat het onmogelijk was voor bacteriën in de zure omgeving in de maag te overleven, laat staan om daar te groeien. Maar jaren later werden Marshall en Warren in het gelijk gesteld toen uiteindelijk werd geaccepteerd dat de Helicobacter pylori infectie inderdaad de meest voorkomende oorzaak van maagzweren is.
In 2005 werden ze geëerd met de Nobelprijs voor fysiologie. In de toelichting op de prijs werden de artsen geprezen voor hun vasthoudendheid en bereidheid heersende dogma’s aan te vechten.

Terwijl wetenschappers doorgaan te onderzoeken hoe homeopathische geneesmiddelen een biologische werking hebben, moeten we misschien wat voorzichtiger zijn bij het gebruik van het woord “onmogelijk” als we het over medische wetenschap hebben.

[1] Martin Enserink “French Nobelist Escapes “Intellectual Terror” to Pursue Radical Ideas in China”. Science, 2010; 330(6012): 1732 | Sciencemag | FullText
[2] Pincock S. Nobel Prize winners Robin Warren and Barry Marshall. Lancet, 2005; 366(9495):1429 | FullText

Bewering 4: “Er ziet niets in een homeopathisch geneesmiddel - het zijn slechts suikerpilletjes”

Laboratoriumexperimenten hebben aangetoond dat homeopathische medicijnen niet zomaar suikerpilletjes zijn.

Critici van de homeopathie wijzen op het feit dat homeopathische geneesmiddelen zo sterk verdund zijn dat er “niets” in zit.

Dit komt doordat de vloeistof die gebruikt wordt bij de bereiding van homeopathische geneesmiddelen soms verdund wordt in stappen tot boven de drempel 10-23, bekend als het getal van Avogadro. Dat betekent dat de vloeistof zo hoog verdund is dat je niet verwacht dat de oplossing nog moleculen van de oorspronkelijke stof bevat.

Het zijn daarom deze “ultra-hoge verdunningen” (homeopathische geneesmiddelen boven de C12 of D24) die tegenstand oproepen, omdat ze duidelijk niet op dezelfde manier kunnen werken als reguliere medicijnen, d.i. doordat moleculen een directe interactie hebben met de biochemie van het lichaam.

Researchers over de hele wereld onderzoeken het werkingsmechanisme van homeopathische geneesmiddelen. Het lijkt dat de werking eerder op natuurkundige dan scheikundige basis berust. Hoewel er verschillende theorieën bekeken zijn, begrijpen we tot op heden niet hoe homeopathische geneesmiddelen werken.

Wat we wel weten is dat vele laboratoriumstudies hebben aangetoond dat “ultra-hoog” verdunde homeopathische geneesmiddelen een biologisch effect hebben, een werking die je niet zou zien als het alleen om water of “zomaar suikerpilletjes” zou gaan.

Voorbeelden:

Toevoegen van homeopathisch (gepotentieerd) histamine aan basofiele (witte bloedcellen) kan deze cellen aanzetten histamine af te geven.

Meer:

Hier volgt een uitleg door degenen die dit experiment ontwierpen: “Als menselijke polymorfkernige basofielen, een type witte bloedcel met antilichamen van het immuunglobuline type E (IgE) op zijn oppervlakte, blootgesteld worden aan anti-IgE antilichamen, geven ze histamine af vanuit hun intracellulaire granules en veranderen daarmee hun kleuringseigenschappen. Dit laatste kan ook aangetoond worden met anti-IgE verdunningen, die variëren van 10-2 tot 10-120. Binnen die range zijn verschillende pieken van degranulatie te zien van 40-60% van de basofielen, ondanks de berekende afwezigheid van enige anti-IgE moleculen bij de hoogste verdunningen.” 28 wetenschappelijke artikelen zijn gepubliceerd over dit onderwerp, 23 daarvan beschreven positieve resultaten, 11 publicaties kregen de beoordeling “van hoge kwaliteit”, waarvan 8 positieve resultaten lieten zien[1]. De vroegste studie rapporteerde remming van de degranulatie met ultra-moleculaire verdunningen van anti-IgE,[2] maar deze eerste experimenten bleken niet te reproduceren[3],[4]. Echter vervolgstudies die gebruik maakten van een aangepaste methode en van ultra-moleculaire verdunningen van histamine, hebben positieve resultaten laten zien. Deze uitkomsten zijn in verscheidene van elkaar onafhankelijke laboratoria[5],[6] gereproduceerd, evenals een serie van experimenten in een multi-center[7] opzet.

Homeopathisch (gepotentieerd) thyroxine, bij de ultra-hoge verdunning van D30, vertraagt de mate waarin kikkervisjes overgaan naar het kikker-stadium.[8]

Meer:

Bij amfibieën stimuleert het hormoon thyroxine de metamorfose. Gedurende meer dan 20 jaar hebben verschillende teams homeopathische oplossingen van thyroxine uitgetest op kikkervisjes door het toe te voegen aan het water in de bak waarin ze gehouden werden. Een onafhankelijke meta-analyse van deze proefnemingen stelde 22 experimenten vast – 15 uitgevoerd door het oorspronkelijke team in Oostenrijk, 5 door onafhankelijke onderzoekers [8]. Alle 22 experimenten lieten dezelfde trend zien – dat thyroxine D30 (verdund boven het getal van Avogadro gebruikmakend van het homeopathisch bereidingsproces) de metamorfose onderdrukt hoewel de precieze uitkomsten wel varieerden. Dit effect is nu waargenomen door 7 onderzoekers uit Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland en Nederland.

Zijn dit slechts artefacten vanwege slecht onderzoek?

Deze bewering houdt geen stand bij nader onderzoek want ook experimenten die voldoen aan een hoge methodologische standaard, kunnen ultra-hoge verdunningen (ofwel hoge potenties) effecten laten zien [1].

Waarom worden deze resultaten door sommige wetenschappers niet geaccepteerd?

Tot nu toe is geen positief resultaat stabiel genoeg gebleken om altijd te worden gereproduceerd door alle onderzoekers. Tegen de 75% van de in vitro experimenten met ultra-hoge verdunningen laten een effect zien en bijna 75% van de herhaalde experimenten is positief gebleken [1].

Naar gelang wetenschappers meer ervaring krijgen met het onderzoek naar ultra-hoge verdunningen, begrijpen ze gaandeweg welke factoren de resultaten beïnvloeden en als gevolg hiervan verbetert de reproduceerbaarheid[9]. De bovenstaande experimenten met basofielen en kikkers zijn tot nu toe het best reproduceerbaar gebleken en vooruitgang is geboekt bij het vinden van de best te reproduceren experimenten gedaan met planten.

Echter totdat een experiment verkregen wordt dat door elk team herhaalbaar is met telkens hetzelfde effect, zal dit veld van onderzoek controversieel blijven. Dit is de blijvende uitdaging voor onderzoekers op het terrein van fundamenteel onderzoek in de homeopathie.

De sleutel lijkt te liggen in de wijze waarop homeopathische geneesmiddelen worden bereid.

Homeopathische geneesmiddelen worden gemaakt van planten, chemische stoffen, mineralen en van dierlijk materiaal. De uitgangsstof wordt verdund, dan krachtig geschud. Het aantal keer dat deze procedure wordt herhaald, bepaalt de potentie van het geneesmiddel. Bijvoorbeeld een C6 geneesmiddel is dan 6 keer achtereen in stappen 1:100 verdund en geschud.

Als je enkel de grondstof keer op keer verdunt, blijft een inactieve oplossing over die niet meer is dan “water”; het zijn de tussen iedere verdunningsstap toegevoegde schudbewegingen, die de informatie van de originele stof overbrengt op de water/alcohol oplossing.

Dit idee wordt ondersteund door experimenten, die tonen dat niet-geschudde oplossingen inactief zijn, maar geschudde oplossingen biologische effecten kunnen oproepen, hetgeen doet vermoeden dat dit aspect van het bereidingsproces essentieel is voor het bereiden van homeopathische geneesmiddelen[10].

Welke fysisch-chemische veranderingen het schudden veroorzaakt in het water en hoe dit schudden water mogelijk maakt de informatie van de erin opgeloste substantie over te nemen, zijn de grote vragen die onderzoekers proberen te beantwoorden.

referenties bewering 4

 

Bewering 5: “Homeopathie is slechts een placebo-effect”

Er wordt vaak beweerd dat homeopathische geneesmiddel slechts “suikerpilletjes” zijn, die geen actieve bestanddelen bevatten, dus dat elk positief effect dat door de patiënt wordt gemeld geheel aan placebo werking toe te schrijven is. Met andere woorden, mensen geloven dat de pilletjes gaan helpen en dat dit geloof alleen al een helende werking op gang brengt.

Bij elke medische behandeling is er een zekere mate van “placebo-effect” en in dit opzicht is het met homeopathie niet anders, maar de theorie dat homeopathie enkel een placebo reactie is wordt niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs.

Als homeopathie werkelijk alleen een placebowerking heeft, dan kan het volgende niet verklaard worden:

De aanwezigheid van positieve, placebo-gecontroleerde onderzoeken van hoge kwaliteit.
Deze onderzoeken zijn speciaal ontworpen om de placebowerking te onderscheiden van het echte klinische effect van de onderzochte behandeling.

Homeopathische geneesmiddelen hebben effecten in laboratoriumexperimenten.
Effecten zijn waargenomen op witte bloedcellen, kikkers en tarweplanten, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het feit dat homeopathie kan werken bij dieren.
Een volgens strenge regels uitgevoerd onderzoek liet zien dat homeopathische medicijnen E.coli diarree bij biggetjes kan voorkomen[1]- een groot probleem voor de commerciële veeteelt.

Zie ook bewering 1 en bewering 2

Lees meer over dergelijke beweringen:
Zie: Rapport Australische overheid over homeopathie. “Homeopathie helpt voor niets en doet niet meer dan een placebo”
Zie: Rapport voor het UK parlement over homeopathie. “In het rapport werd gekeken naar bewijs en beweerd dat het enkel placebowerking is. “

[1] Camerlink I, Ellinger L, Bakker EJ, Lantinga EA. Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal piglets. Homeopathy, 2010;99: 57–62 | PubMed

 

 

Bewering 6: “Homeopathie is verspilling van ons belastinggeld.”

Sommigen nemen het standpunt in dat publiek geld niet besteed zou moeten worden aan homeopathie omdat “er geen bewijs is dat het werkt” of “geld van belastingbetalers zou niet moeten worden uitgegeven aan placebo’s”.

Hoeveel wordt er uitgegeven aan homeopathie?

Als we naar de situatie in GB kijken wordt:

  • van het totale NHS budget van 11 miljard pond per jaar, 152.000 pond (0,0013%) aan homeopathische voorschriften uitgegeven[1];
  • van het totale NHS budget van 100 miljard pond per jaar, 4 miljoen pond (0,004%) aan homeopathie[2].

De 4 miljoen pond beslaat de hele homeopathische dienstverlening, van het laten draaien van de ziekenhuisafdelingen tot het betalen van de artsen. De NHS-homeopathie verschaft ongeveer 40 000 homeopathische voorschriften per jaar. Als het om waar voor je geld gaat dan moet men beseffen dat als deze patiënten niet met homeopathische geneesmiddelen behandeld zouden zijn, ze behandeld hadden moeten worden door andere NHS-afdelingen die veel duurdere reguliere medicatie gebruiken.

Besluitvorming op basis van “evidence”

Sommigen brengen naar voren dat de NHS niet zou moeten betalen voor homeopathie omdat het niet wetenschappelijk bewezen is dat het werkt, terwijl reguliere medicijnen “bewezen en beproefd“ zijn.  Verrassend genoeg is deze kwestie eigenlijk niet zo zwart-wit als men zou denken.

Onderzoek heeft nu bijvoorbeeld definitief bevestigd dat SSRI-antidepressiva zoals Prozac, niet beter werken dan een placebo bij milde en niet te zware depressies[3]. Toch besteedde de NHS in 2006 ongeveer 150 miljoen pond aan SSRI’s ( schatting gebaseerd op het totaal van 300 miljoen uitgegeven in 2006 aan prescripties voor antidepressiva, waarvan de helft SSRI’s betrof[5]).

Een artikel in het prestigieuze British Medical Journal  (BMJ[3]) waarin gekeken werd naar het wetenschappelijk bewijs achter de NHS behandeling vond dat van 46% van 2500 veel gebruikte NHS behandelingen de effectiviteit onbekend is en dat slechts van 13% bekend is dat het een goede werking heeft.

 

 

 

 

 

Deze gegevens laten duidelijk zien dat de NHS voor vele behandelingen naast de homeopathie betaalt waarvan het bewijs nog steeds onduidelijk is. Hoewel er een idee is dat de besluitvorming in de geneeskunde op basis van bewijs, dus Evidence Based,  plaatsvindt, is het feitelijk zoals dit artikel laat zien: “De cijfers geven aan dat […] de meeste besluiten over behandelingen nog steeds op basis van een individueel oordeel van clinici en patiënten worden genomen”[5].

Zie ook bewering 7

Welk bewijs is er dat homeopathie de NHS-patiënten helpt?

In vier gepubliceerde observationele studies (link) uitgevoerd van 1999 tot heden zijn de behandelresultaten van patiënten in NHS homeopathische ziekenhuizen nagegaan. Deze studies laten consequent zien dat patiënten klinisch verbeteren bij het volgen van de homeopathische behandeling (vaak voor chronische, moeilijk te behandelen aandoeningen); sommige studies brengen gebieden naar voren waar economisch voordeel te behalen is, genoemd wordt vermindering van het voorschrijven van reguliere medicijnen.

Bijvoorbeeld:  de grootste studie, gedaan bij het Bristol Homeopathic Hospital, volgde 6.500 opeenvolgende patiënten met meer dan 23.000 bezoeken over een periode van 6 jaar[6]. 70% van de patiënten die voor een follow-up kwamen, verbeterden betreft hun gezondheid, 50% gaf een grote verbetering aan.

Meer:

De meest voorkomende diagnoses lagen op het terrein van de dermatologie, neurologie, reumatologie, gastro-enterologie, psychiatrie en KNO. De grootste verbeteringen betroffen kindereczeem of astma, colitis, prikkelbaar-darm-syndroom, klachten in de overgang en migraine.

Nog een voorbeeld: Een peiling bij het Royal London Homeopathic Hospital van 500 patiënten liet zien dat vele patiënten die een homeopathische behandeling kregen, in staat waren hun reguliere medicatie te verminderen of te stoppen[7].

Meer:

De mate van verbetering varieerde tussen de verschillende diagnostische groepen, zo rapporteerden 72% van de patiënten met huidaandoeningen dat ze hun reguliere medicatie konden stoppen of minderen. De studie toonde ook aan dat vele patiënten homeopathische behandeling opzochten vanwege bezorgdheid omtrent de veiligheid van reguliere medicijnen.

Bij het beoordelen van deze klinische resultaten is het belangrijk in gedachten te houden dat NHS- patiënten meestal verwezen worden voor homeopathische behandeling omdat de reguliere geneesmiddelen onvoldoende resultaat gaven of reguliere behandeling in hun geval gecontra-indiceerd was. Men moet zich afvragen wie, als deze homeopathische behandelingen niet beschikbaar zouden zijn, dan deze patiënten had kunnen behandelen? Hoe ethisch is het een behandelmogelijkheid op te heffen, die momenteel door patiënten gewaardeerd wordt, zonder hen een goede andere behandelmogelijkheid te bieden?

Interessant is eenzelfde soort onderzoek uit Frankrijk:

Homeopathie wordt veel gebruikt in Frankrijk en in een grote studie (8559 patiënten) werd de effectiviteit van de homeopathische behandeling aangetoond. De patiënten, die verschillende huisartspraktijken bezochten, werden gevolgd[8].

Twee voornaamste uitkomsten van het EPI3 project:

  • Bovenste luchtweginfecties – patiënten door huisartsen behandeld die opgeleid zijn in de homeopathie, knapten net zo goed op als die patiënten die regulier werden behandeld, echter de homeopathisch behandelden gebruikten minder reguliere medicatie.[9]

Meer:

Van de 518 volwassenen en kinderen met bovenste luchtweginfectie, die de huisarts met homeopathische opleiding (N=150) bezochten hadden dezelfde klinische resultaten als diegenen die reguliere huisartsen (N=165) werden behandeld maar hadden een significant lager gebruik van antibiotica (OR=0,43, CI: 0,27-0,68) en koorts- en ontstekingsremmers (OR=0,54, 95% CI: 0,38-0,76).
  • Spier- en gewrichtsaandoeningen – patiënten behandeld met homeopathie deden het klinisch net zo goed als de patiënten die met reguliere medicatie werden behandeld, maar gebruikten slechts de helft van de NSAID’s en hadden minder bijwerkingen die met NSAID- gebruik gepaard gaan[10].

Meer:

1153 patiënten met spier- en gewrichtsklachten, werden 12 maanden gevolgd, evenals vergelijkbare groepen die met homeopathie (N=371) of reguliere medicatie (N=272) of een gemengde behandeling (homeopathie en regulier) (N=510) werden behandeld. De ontwikkeling van scores gericht op specifieke functies gedurende de 12 maanden was voor alle groepen gelijk (p>0,05). Na bijstelling van de propensiteitsscores  was het NSAID gebruik in de homeopathie groep (OR, 0,54; 95% CI, 0,38-0,78) bijna de helft van het gebruik in de groep die reguliere medicatie ontving; geen statistisch significant verschil werd gevonden in de gemengde groep (OR,0,81; 95% CI: 0,59-1,15). Patiënten met spier- en gewrichtsklachten, gezien door een homeopathisch arts, vertoonden een vergelijkbare klinische vooruitgang met minder NSAID’s in vergelijking met patiënten uit de groep die reguliere medicatie kreeg, met minder gevolgen van aan NSAID gerelateerde bijwerkingen en geen verlies aan therapeutische mogelijkheden.

Kunnen we deze studie vertrouwen?

Deze “EPI3 studie” werd geleid door LA-SER, een firma met wortels in het Verenigd Koninkrijk gespecialiseerd in onderzoek naar werkzaamheid van geneeskundige en gezondheidskundige technieken (http://las-er.com). Het projectteam maakt slechts gebruik van personen afkomstig van instellingen met een hoog profiel, zoals het Institut Pasteur in Parijs, de Universiteit van Bordeaux en de McGill University, Montreal; Lucien Abenhaim is de Franse Directeur-General Gezondheid.

referenties bewering 6

 

Bewering 7: “Als je homeopathische en reguliere geneesmiddelen naast elkaar onderzoekt zal je zien dat het niet werkt”

Studies die de effectiviteit van homeopathische en reguliere geneesmiddelen vergelijken hebben laten zien dat homeopathie dezelfde goede resultaten op kan leveren als reguliere medicijnen of zelfs betere.

Geïndividualiseerde homeopathische behandeling

Depressie

Een recent gerandomiseerd, placebo-gecontroleerd onderzoek onderzocht de effectiviteit van geïndividualiseerde homeopathische behandeling en de effectiviteit van fluoxetine (bekend als Prozac) voor matige tot ernstige depressies bij vrouwen in de menopauze[1].

Beide behandelingen werden veilig bevonden en bleken een significant andere werking te hebben dan dat van een placebo. Homeopathie gaf een betere klinische verbetering van de symptomen van de depressie dan de fluoxetine en verbeterde daarnaast de symptomen van de menopauze, hetgeen de fluoxetine niet deed.

Meer:

Deze studie werd uitgevoerd in een openbaar onderzoeksziekenhuis in Mexico City onder 133 vrouwen. De behandeling met fluoxetine werd behalve met de homeopathische behandeling ook vergeleken met placebo. Volgens het NICE (National Institute for Care and Health Excellence) kan men een geneesmiddel een antidepressivum noemen als het een significant goede klinische werking heeft; volgens de “Hamilton Rating Scale for Depression” bij 3 punten meer dan de score van een placebo, waarmee het vergeleken wordt [2]. Bij deze Mexicaanse studie was na een behandeltraject van 6 weken homeopathie 5 punten effectiever op de Hamilton Scale. Fluoxetine was 3.2 punten effectiever dan placebo. NB De analyse van data, uitgevoerd door de FDA toonde aan dat de SSRI-antidepressiva niet beter presteerden dan een placebo bij een milde en ernstige depressie maar een groter effect hebben dan placebo bij ernstige depressieve patiënten. [2]

Oorontstekingen bij kinderen

Een pragmatisch gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek in India van 81 kinderen met oorontstekingen (acute otitis media) gaf als uitkomst dat de geïndividualiseerde homeopathische behandeling even effectief was als de reguliere behandeling met pijnstillers, koortsverlagende medicijnen, ontstekingsremmers en antibiotica, indien het nodig was deze toe te dienen.[3]

Meer:

Deze randomised controlled pilotstudie vergeleek geïndividualiseerde homeopathische behandeling (met gebruik van LM potenties) met reguliere zorg. Patiënten in beide groepen die na 3 dagen niet verbeterd waren, kregen antibiotica. Uitkomsten werden beoordeeld door de Acute Otitis Media- Severity of Symptoms Scale (AOM-SOS) te gebruiken en een trommelvlies onderzoek na 3 weken uit te voeren. Resultaten van 80 patiënten, 40 regulier behandeld en 40 homeopathisch, werden geanalyseerd. In de reguliere groep waren 40 genezen (100%), in de homeopathie groep 38 (95%), waarbij twee patiënten (5%) de laatste twee follow-ups misten. Op de 3e dag was 1 patiënt genezen in de reguliere groep tegenover 4 patiënten in de homeopathie groep. In de reguliere groep werd bij 39 patiënten antibiotica voorgeschreven (97,5%), geen antibiotica waren nodig in de homeopathie groep. Alhoewel de homeopathische behandeling individueel gericht was met een grote keus uit vele geneesmiddelen, kreeg 85 % van de homeopathische patiënten één middel uit een groep van slechts zes verschillende homeopathische geneesmiddelen. Daar er een algemene, sterke behoefte is het gebruik van antibiotica te verminderen, zouden wij graag zien dat dit onderzoek op een grotere schaal in verschillende landen herhaald wordt om te zien of dezelfde resultaten opnieuw verkregen worden. Als dat zo is, dan zou geïndividualiseerde homeopathische behandeling een alternatief zijn voor het gebruik van antibiotica bij oorontstekingen bij kinderen.

Bovenste luchtweginfecties

Bij een multicenter internationale studie werd gevonden dat homeopathische behandeling in de eerste lijn niet minder scoorde dan reguliere behandeling voor acute bovenste luchtweginfecties en oorklachten[4]. De studie evalueerde 1577 patiënten, die of homeopathische of reguliere behandeling kregen in een totaal van 57 eerstelijns praktijken in 8 landen (Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Rusland, Spanje, Oekraïne, de UK en de VS).

Niet-geïndividualiseerde homeopathische producten

Duizeligheid

Vier clinical trials (2 RCT’s en 2 observationele studies) vergeleken het homeopathische complexmiddel “Vertigoheel” met andere bestaande behandelingen voor duizeligheid.  Een meta-analyse van de vier studies bevond Vertigoheel niet minder werkzaam dan betahistine of dimenhydrinate gemeten naar het aantal duizeligheidsperioden, de duur ervan en de intensiteit[5].

Uitkomsten van observationele patiënt-studies voor verschillende aandoeningen.

Chronische aandoeningen in de huisartspraktijk

Een studie in Duitsland van 493 patiënten, die door huisartsen behandeld werden voor chronische aandoeningen, liet zien dat homeopathie betere klinische resultaten gaf dan reguliere behandeling tegen dezelfde kosten.[6]

Meer:

Een Duitse ziektekostenverzekeraar maakte een studie mogelijk om de waarde van homeopathie te bepalen bij het behandelen van chronische aandoeningen, die vaak in de huisartspraktijk voorkomen. Dit werd gedaan om te bepalen of ze met de betaling van homeopathische behandelingen zouden doorgaan. 493 patiënten (315 volwassenen en 178 kinderen) werden behandeld door huisartsen. Ze kregen of reguliere medicijnen of homeopathie. De studie gaf als uitkomst dat de homeopathie groep een grotere verbetering aangaf dan de groep die reguliere behandeling kreeg (p=0,002). De doktersbeoordeling liet ook zien dat de kinderen die homeopathie kregen een betere klinische respons hadden dan die reguliere medicijnen ontvingen (p<0,001).  Er was geen significant verschil in kosten van beide groepen. Aandoeningen die werden behandeld waren hoofdpijn, lage rugpijn, depressie, slapeloosheid, en sinusitis bij volwassenen en atopisch eczeem, allergische rinitis en astma bij kinderen. Deze studie is gepubliceerd in 2005 en de verzekeringsmaatschappij (Innungskrankenkasse Hamburg) is tot op heden doorgegaan met het vergoeden van homeopathische behandeling. Wij zouden graag zien dat deze studie werd herhaald in andere landen en op een grotere schaal om te zien of weer dezelfde resultaten worden behaald.

referenties bewering 7

 

Bewering 8: “Onderzoek naar homeopathie is van slechte kwaliteit, dus zijn de resultaten niet te vertrouwen”

Slechts één studie heeft de kwaliteit van homeopathisch onderzoek vergeleken met de kwaliteit van regulier onderzoek. Over het geheel genomen werd gevonden dat de homeopathische onderzoeken van hogere kwaliteit waren dan reguliere trials waarmee ze werden vergeleken.[1]

 

 

 

 

 

 

 

 

Onderzoekers vergeleken 110 homeopathische en 110 passende reguliere onderzoeken:

21 homeopathische trials en 9 reguliere medische onderzoeken werden als “van hoge kwaliteit” beoordeeld. (19% van de homeopathische trials en 8% van de reguliere medische onderzoeken).

Deze studie toont dat hogere research standaarden een doorgaand item is voor zowel de homeopathie als de reguliere geneeskunde.

Het is tevens waar dat sommige homeopathie studies van slechte kwaliteit zijn, vooral die enkele tientallen jaren geleden zijn uitgevoerd, welke buiten de huidige kwaliteitsstandaarden vallen.

Echter het is duidelijk niet waar dat alle homeopathische studies van slechte kwaliteit zijn. Er zijn studies van goede kwaliteit, die te zien geven dat homeopathie werkt.

Bewering 9: “De beste studies hebben aangetoond dat homeopathie niet werkt”

Onder de “beste studies” verstaan mensen meestal samenvattende systematische reviews, welke de resultaten analyseren van alle randomised controlled trials (RCT’s) die beschikbaar zijn over een bepaald onderwerp.

Er zijn zes van dergelijke studies over homeopathie aanwezig.

  • Vijf daarvan waren positief – met de mogelijkheid dat er enig bewijs van werking van de homeopathie was boven dat van een placebo, maar meer onderzoek van hoge kwaliteit zou nodig zijn om definitieve conclusies te kunnen trekken.[1,2,3,4,6]
  • Eén was negatief – met de conclusie dat het effect van de homeopathie niet verder ging dan dat van een placebo.[6]

De originele conclusies van al de zes systematische reviews:

Kleijnen et al 1991; “Momenteel is het bewijs van de clinical trials positief, maar niet voldoende om definitieve conclusies te trekken omdat de meeste onderzoeken van lage methodologische kwaliteit zijn en vanwege de onbekende rol die de publicatie-bias speelt.

Dit wijst erop dat het legitiem is verder onderzoek te doen naar homeopathie echter alleen met goed uitgevoerd onderzoek.”[1]

Linde et al 1997. “De resultaten van onze meta-analyse komen niet overeen met de hypothese dat de klinische effecten van homeopathie volledig het gevolg zijn van een placebo-werking. Echter we vonden onvoldoende bewijs vanuit de studies dat homeopathie duidelijk werkzaam is bij enige klinische aandoening.

Verder onderzoek naar homeopathie is gerechtvaardigd als het strikt en systematisch is.”[2]

Linde et al 1999. “ We concluderen dat in de verzameling onderzochte studies er een duidelijk bewijs is dat studies van betere methodologische kwaliteit neigden naar minder positief resultaat”[3]

Cucherat et al 2000. “Er is enig bewijs dat homeopathische behandelingen meer effectief zijn dan een placebo, echter het bewijs is mager vanwege de lage methodologische kwaliteit van de studies. Studies van hoge methodologische kwaliteit bleken eerder negatief dan studies van lage kwaliteit. Verdere studies van hoge kwaliteit zijn nodig om deze resultaten te bevestigen.”[4]

Shang et al 2005. “Bias is aanwezig in de placebo- gecontroleerde trials van zowel homeopathische als reguliere medicijnen. Als met de bias bij de analyse rekening wordt gehouden was er een gering bewijs voor een specifieke werking van homeopathische geneesmiddelen, maar een sterk bewijs voor specifieke effecten van reguliere interventies.

Deze bevinding komt overeen met het inzicht dat de klinische effecten van homeopathie placebo-werkingen zijn.”[5]

Mathie et al 2014. “Geneesmiddelen voorgeschreven gebruikmakend van geïndividualiseerde homeopathie kunnen kleine, specifieke behandeleffecten hebben. Bevindingen komen overeen met subgroep-gegevens uit eerdere algehele systematische reviews. De lage of onduidelijke overall kwaliteit van het bewijs zet aan tot voorzichtigheid bij het interpreteren van de bevindingen. Nieuw RCT onderzoek van hoge kwaliteit is nodig om een meer beslissende interpretatie mogelijk te maken.”[6]

De negatieve studie – bekendstaand als de “Lancet Study” of “Shang artikel” gepubliceerd in 2005- blijft de enige studie ooit waarvan de conclusie is dat homeopathie niet meer dan een placebo is.

Dus als mensen zeggen “de beste studies hebben aangetoond dat het niet beter is dan placebo” beseffen ze zelden dat zij deze mening geheel baseren op één artikel dat:

a/ tegengesproken wordt door vijf andere artikelen.

b/ in brede kring kritiek heeft opgeroepen omdat het in ernstige mate onvolkomenheden vertoont en

c/ nu verouderd is en is vervangen door het artikel uit 2014 van Mathie et al. [6]

Het meest recente onderzoeksresultaten, Mathie et al. 2014

Het meest recente veelomvattende systematische review laat zien dat als men alleen de gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken van hoogste kwaliteit analyseert homeopathische geneesmiddelen voorgeschreven volgens een geïndividualiseerde homeopathische behandeling 1,5 tot 2 maal gunstiger blijken te werken dan een placebo.[6]

Meer: De verkeerde opvatting dat trials van hoge kwaliteit laten zien dat homeopathie niet werkt lijkt zijn oorsprong te vinden in een verkeerde interpretatie van de trends gezien in twee veelomvattende systematische reviews (Linde 1997[2] en Shang 2005[5]) die onderzoeken van hoge kwaliteit selecteerden.

Hieronder volgt wat de gegevens van deze studies ons eigenlijk zeggen:

“In 1997 identificeerden Klaus Linde en medewerkers 89 klinische studies van homeopathie die een overall odds-ratio vertoonden van 2,45 ten gunste van de homeopathie ten opzichte van placebo. Er was een trend zichtbaar van een iets minder gunstige werking van de studies van hoogste kwaliteit, maar de 10 trials met de hoogste Jadad score lieten nog steeds zien dat homeopathie een statistisch significante werking heeft.” [7]

De Shang 2005 studie begon de kwaliteit van trials van homeopathie en reguliere geneeskunde te vergelijken door naar 110 op elkaar lijkende trials van elk van de twee disciplines te kijken. Zij stelden vast dat 21 van de homeopathische trials en 9 van de reguliere trials van “hoge kwaliteit” waren. Shangs team besloot daarop slechts 8 van deze onderzoeken van hoge kwaliteit te analyseren, hetgeen leidde tot een negatief resultaat voor de homeopathie in vergelijk met placebo, maar als men alle 21 homeopathische onderzoeken van hoge kwaliteit analyseert, blijken de resultaten positief, dat wil zeggen dat homeopathie een effect heeft meer dan dat van een placebo.”[8]

De Mathie et al. studie omvat de analyse van 151 placebo-gecontroleerde gerandomiseerde trials – 41 meer trials dan het onderzoek van Shang’s team bevatte in 2005- maar die wel voldoen aan de door Shang gehanteerde insluitingscriteria.

Dit laat zien in welke mate de 10 jaar oude Shang et al. studie, die slechts 73% van de nu beschikbare onderzoeken bevat, ingehaald is.

(Lees de HRI’s korte samenvatting van de Mathie et al studie of luister naar Robert Mathie die zijn bevindingen presenteert op de conferentie in 2015 van de HRI te Rome.)

Als er 5 positieve studies zijn en slechts één negatieve, waarom weigeren sommige mensen te accepteren wat dit bewijs zegt?

Deze kwestie lijkt een soort “plausability-bias” te zijn d.w.z. dat diegenen die van tevoren al een geloof hebben dat homeopathie onmogelijk kan werken, alle onderzoeksresultaten anders bekijken dan diegenen die geloven dat homeopathie kan werken of werkt.

Reeds in 1991 gaven de auteurs van de eerste grote studie dit al duidelijk aan in hun artikel:[1]

“Het aantal positieve effecten, zelfs onder de beste studies, kwam voor ons als een verrassing. Uitgaand van dit bewijs zouden we makkelijk kunnen accepteren dat homeopathie werkzaam is, als het werkingsmechanisme maar meer geloofwaardig zou zijn.“

Referenties bewering 9

Bewering 10: “Het idee dat het “gelijkende, het gelijkende geneest, is onzinnig”

Homeopathie is gebaseerd op de het basisprincipe dat het gelijkende het gelijkende geneest ( “similia similibus curenter”) d.w.z. dat een substantie, die symptomen kan veroorzaken indien in grote hoeveelheid genomen, erop gelijkende symptomen kan wegnemen in een kleine dosis genomen.

Het idee dat een substantie in grote hoeveelheid schadelijk kan zijn maar in kleine dosis gegeven heilzaam kan werken, is niet nieuw voor de wetenschap. In feite is dit concept (hormesis) al tientallen jaren bekend en wordt steeds beter gedocumenteerd in vakgebieden als biologie en toxicologie.

Er zijn ook voorbeelden van het similia-principe  in de reguliere geneeskunde en wel:

  • Digitalis veroorzaakt in hoge doses hartritmestoornissen maar dit geneesmiddel wordt routinematig in lage doses bij de behandeling van een dergelijke aandoening gebruikt.
  • De amfetamine-achtige stof Ritalin, een opwekkend middel, wordt gebruikt om Attention Deficit and Hyperactivity Disorder (ADHD) te behandelen.
  • Kleine doses allergenen, zoals pollen, worden gebruikt om allergische patiënten te desensibiliseren.

Echter een belangrijk verschil met de homeopathie is dat de doses van de homeopathische geneesmiddelen zo klein zijn dat toxische bijwerkingen worden vermeden.

Homeopathische geneesmiddelen in lage potentie (potenties tot C12 of D24) zullen nog moleculen van de uitgangsstof waarvan ze zijn gemaakt, bevatten. Hierom zijn in de meeste landen geneesmiddelen gemaakt van toxische substanties slechts verkrijgbaar in de hogere potenties, vanaf de eerste veilige verdunning en hoger.

Het zijn de hogere potenties (vanaf C12 en D24) die geen moleculen bevatten van de uitgangsstof, hetgeen zeer controversieel is daar we nu het werkingsmechanisme nog niet begrijpen.

Zie ook “Homeopathie zou je niet moeten gebruiken, omdat je niet kan verklaren hoe het werkt” 

Bewering 11: “Homeopathie zou je niet moeten gebruiken, omdat je niet kan verklaren hoe het werkt”

Weten hoe een medicijn werkt is nooit een voorwaarde geweest voor het gebruik ervan. Aspirine (acetylsalicylzuur) is een van de meest gebruikte geneesmiddelen op de wereld[1], toch heeft het 70 jaar geduurd voordat het werkingsmechanisme in 1971 werd ontdekt [2] en in al die 70 jaar werd het middel gewoon voorgeschreven. Het geneesmiddel wordt momenteel nog steeds intensief onderzocht omdat het vele biologische effecten heeft, die tot op heden nog niet volledig begrepen worden.[3]

Verschillende soorten acetylsalicylzuur  werden sinds de oudheid gebruikt om pijn en koorts te behandelen beginnend met de middelen gemaakt van de natuurlijk vorm, de bladeren en schors van de wilg of populier.[1]

In 1899 werd een kunstmatige gesynthetiseerde vorm van het actieve ingrediënt goedgekeurd na klinische tests en werd het geneesmiddel “aspirine”, zoals we dat nu kennen, op de markt gebracht.

Op dezelfde wijze kent de homeopathie een lange traditie van gebruik. Dit heeft geleid tot ons klinisch inzicht van wat homeopathische geneesmiddelen kunnen doen, hetgeen vooruitloopt op ons theoretisch begrijpen van hoe deze geneesmiddelen een biologisch effect hebben.

Het ontdekken van het werkingsmechanisme zal fascinerend zijn en over de gehele wereld doen vele teams van wetenschappers momenteel fundamenteel- en basaal onderzoek om een antwoord te vinden op deze belangrijke vraag.

referenties bewering 11

Bewering 12: “Reguliere geneeskunde is bewezen, homeopathie niet“

Dit is een algemeen bestaande opvatting, echter op de keper beschouwd is deze bewering niet zo zwart-wit. Als we reguliere en homeopathische geneeskunde bediscussiëren dan is de wetenschap meer een grijs gebied dan we wel zouden wensen.

Een artikel in het prestigieuze British Medical Journal  (BMJ)[1] dat keek naar het wetenschappelijk bewijs achter behandelingen in NHS (National Health Service) gaf aan dat van 46% van de 2500 veel gebruikte behandelingen in de NHS de effectiviteit niet bekend is en dat van slechts 13% bekend is dat het werkzaam is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groen: heilzaam / lichtgroen:  waarschijnlijk heilzaam / geel: evenwicht tussen heilzaam en schadelijk / oranje: onwaarschijnlijk dat het heilzaam is /  rood: waarschijnlijk onwerkzaam of schadelijk / grijs: onbekend effect.

De hoeveelheid onderzoek gedaan binnen de reguliere geneeskunde is enorm in vergelijking met het relatief nieuwe gebied van homeopathisch onderzoek maar als men kijkt naar de verhouding bewijs – het percentage trials dat een positief effect, een negatief effect of geen uitsluitsel geeft – is de balans vrijwel gelijk voor beide disciplines. (zie bewering “Er is geen wetenschappelijk bewijs dat homeopathie werkt”)

Research moet doorgaan op alle terreinen om beleidsmakers, patiënten en behandelaars te helpen de best mogelijke besluiten te nemen, echter momenteel kan men veel van de besluiten niet baseren op wetenschappelijk bewijs, gewoonweg omdat er niet voldoende onderzoeksgegevens zijn.

Alhoewel de algemene opvatting heerst dat besluiten op het terrein van de geneeskunde genomen worden op basis van bewijs (EBM, Evidence Based Medicine), laten de cijfers een andere werkelijkheid zien: ………..”dat de meeste beslissingen rond behandelingen nog steeds plaatsvinden op grond van individueel oordeel van behandelaars en patiënten.” [1]

[1] Garrow J S. What to do about CAM? How much of orthodox medicine is evidence based? BMJ, 2007; 335: 951 | PubMed

Bewering 13: “Homeopathie is onwetenschappelijk“

Er zijn critici die stellen dat homeopathie een “pseudowetenschap” is en alleen niet-wetenschappers in dit onderwerp geïnteresseerd zijn.

In feite voeren wetenschappers aan hooggewaardeerde universiteiten, researchinstellingen en ziekenhuizen over de hele wereld onderzoek uit naar homeopathie waarbij ze dezelfde onderzoekstechnieken gebruiken als waaraan reguliere medische behandelingen worden onderworpen.

Homeopathisch onderzoek is een relatief nieuw onderzoeksgebied maar het aantal artikelen verschenen in peer-reviewed tijdschriften is significant gestegen de laatste 40 jaar.

Deze achterstand ten opzichte van de reguliere geneeskunde is nauwelijks verrassend te noemen  als men het gebrek aan fondsen bekijkt dat beschikbaar is – bijvoorbeeld in het VK wordt minder dan 0,0085% van het budget voor medisch onderzoek besteed aan onderzoek naar complementaire en alternatieve geneeskunde[1].

 

 

 

 

 

 

 

International Research Conferenties

Barcelona 2013  Homeopathisch onderzoek, op het scherpst van de snede

 

 

 

 

 

 

 

De eerste HRI Internationale Research Conferentie over Homeopathie werd gehouden te Barcelona in juni 2013. Het programma bevatte presentaties van 5 professoren en 40 artsen uit meer dan 20 landen over klinisch, experimenteel en veterinair onderzoek in de homeopathie. Abstracts, gefilmde presentaties en het conferentie rapport kunnen hier bekeken worden.

Rome 2015  Homeopathisch onderzoek, op het scherpst van de snede

 

 

 

 

 

De tweede HRI International Research Conferentie gehouden te Rome op 5-7 juni 2015 ging verder op het thema “Onderzoek, op het scherpst van de snede”. Het programma bevatte presentaties over klinisch, fundamenteel en basaal onderzoek gebracht door 6 professoren en 28 artsen vanuit 17 landen.

Abstracts, gefilmde presentaties en het conferentie rapport kunnen hier bekeken worden. 

Hoezo is homeopathie dan “onwetenschappelijk”?

Gekwalificeerde wetenschappers van gerespecteerde instituten verrichten momenteel homeopathisch onderzoek van hoge kwaliteit m.n. basaal onderzoek, klinisch onderzoek en veterinair onderzoek. Zij rapporteren positieve resultaten die gepubliceerd worden in peer-reviewed wetenschappelijke literatuur. Daarom is de enige basis voor het argument dat het pseudowetenschap is, het feit dat we niet weten hoe het werkt.

Het is gebruikelijk dat als er een verschijnsel wordt waargenomen dat niet verklaard kan worden met de kennis van de huidige wetenschap, het nieuw onderzoek stimuleert – het wordt dan niet als “onwetenschappelijk” terzijde geschoven enkel omdat het nog niet begrepen wordt.

 [1] Lewith GT.Funding for CAM. BMJ., 2007; 335(7627):951.

Share This